Ik ben Laila, ik ben 18 jaar en woon in Amsterdam bij mijn moeder. Ik heb twee hele lieve hondjes die mij helpen wanneer ik mij slecht voel. Dat komt door de dingen uit mijn verleden waarover ik je nu ga vertellen. Dit is mijn verhaal, en het is best heftig. Dus wees gewaarschuwd.

Ik ben geboren met epilepsie en een spierziekte. Ik werd op de basisschool erg gepest en buitengesloten. Hierdoor dacht ik dat ik raar was. Ik was veel bezig met het feit dat ik er niet bij hoorde en voelde me vaak verdrietig en alleen. Mijn vader kon mij niet steunen. Hij snapte niet waarom ik zo vaak huilde en altijd maar boos was. De sfeer in huis was vaak agressief en veel ruzies, Die ruzies liepen vaak uit op duwen of soms zelfs slaan.

Toen ik twaalf jaar oud was en naar de middelbare school ging, was ik extreem bang dat ik weer buiten de boot zou vallen. Mijn grootste angst werd op de eerste dag al werkelijkheid, toen we met de klas een kennismakingsspelletje deden. De docent vroeg iedere leerling wat hij of zij graag deed in zijn vrije tijd. Ik antwoordde dat ik graag mijn haar verfde. De hele klas lachte me uit en vanaf die dag begon het pesten opnieuw.

Een tijdje later scheurde ik mijn enkelband en liep ik met krukken. Op school zag een jongen me lopen, hij schreeuwde naar me ‘stop dat ding in je hol!’ Ik besloot eens tegengas te geven en antwoordde ‘stop het in je moeders alcoholistische hol!’ Waarop hij terugriep ‘stop het maar in je gehandicapte moeder haar hol!’ Toen knapte er iets in mij, mijn moeder heeft namelijk een verlamming aan haar been. Ik vloog die jongen aan en heb hem finaal in elkaar geslagen. Uit woede gooide ik zelfs een stoel op hem. Daarna ben ik bang naar huis gevlucht.

Eenmaal thuis was ik alles zo zat, dat ik uit frustratie in mijn armen begon te snijden. Gewoon, om even niks te voelen. De volgende dag moest ik weer naar school, waar het pesten doorging. Op een bepaald moment werd ik zo getriggerd, dat ik mijzelf niet meer in de hand had. Alles werd wazig in mijn hoofd en ik sneed mijzelf in de klas. Een klasgenoot zag het en schreeuwde ‘kanker-emo, zit je jezelf weer te snijden, pleeg toch zelfmoord.’

Toen dacht ik bij mezelf: prima, jullie krijgen allemaal jullie zin. Ik hoorde nergens bij en voelde me alleen geliefd door mijn moeder en mijn hond. Zo wilde ik niet verder leven. Diezelfde avond schreef ik een afscheidsbrief aan mijn moeder. Vervolgens pakte ik een riem en hing mijzelf op in de badkamer. Mijn moeder vond mijn brief, sloopte de badkamerdeur en redde me van mijn eerste zelfmoordpoging. Daarna volgden er nog 27. Toen pas zag iedereen wat het pesten met mij deed.

Ik werd overgeplaatst naar een andere school. Daar vond ik eindelijk lieve vrienden. Ik haalde er zulke goede cijfers, dat ik zelfs een niveau hoger ben gaan studeren. Nog steeds heb ik last van ups en downs. De ene dag gaat het goed en de andere dag niet. Pesten maakt levens kapot. Toch wil ik met mijn verhaal zeggen: word je gepest en zie je het allemaal niet meer zitten? Geef niet op! En geloof niet alles wat ze tegen je zeggen, want er komt een dag dat alles goedkomt. Echt, ik kan het weten.